Martin Bril

Wat leeft er allemaal onder mijn voortstappende voeten? En wat allemaal als de voeten helemaal niet voortstappen, maar gewoon niet bewegen omdat ik op een bankje zit? Mos is er natuurlijk, en zand en verdorde bladeren, er zijn takken in soorten en maten, dennennaalden, dennenappels, kluiten aarde, er is gras en er is bosbes; er zijn kiezels en stenen. Als je er lang over nadenkt en goed naar kijkt, is er onder je voeten meer dan voor je neus – al kun je daar prachtige boomschors zien, mooi gebogen takken, slingerende kamperfoelie, van alles en nog wat.
En dat brengt me bij het wonderlijke fenomeen dat je ineens genoeg kunt hebben van al die natuur, en dat wandelen. Het is altijd een duidelijk moment, dat genoeg. Ineens wil je wat anders; iets eten, iets drinken, mensen zien, of wat dan ook. En zo komen we aan bij de de tuin vlakbij het museum, het bakstenen paleis van Henry van de Velde – let vooral op die steentjes. Eerst nog door de tuin, en langs de bank, langs de treurbeuken, de afgestoken grasranden en de geknotte wilgen en haagjes en dan is er de beeldentuin, met al zijn luister en pracht.
Van kunst moet je houden.
Ik hou er wel eens van, soms. In deze beeldentuin zijn prachtige voorbeelden te zien van kunst die zich voegt naar het landschap en de omgeving, maar ook van kunst die zich daar niets van aantrekt en die net zo goed binnen had kunnen staan. Ik hou van de kunst die zich verhoudt tot de natuur, die er bijna in opgaat. Sterker nog: de mooiste dingen in deze beeldentuin valllen bijna niet op, zo vanzelfsprekend erkennen ze hun meerdere in de omgeving.

fragment uit: de tekst van Martin Bril voor de kunstwandelgids ‘Wandelgeesten’
© Martin Bril